Pagina update: 25 juli 2010
La Montagne, Frankrijk (1-10 juli 2010)
 
Waarneemtijd: 12:30 uur  Telescoop: 12" LX200ACF  Vastgelegde waarnemingen: 259  
 
in sterrenbeelden: Aquila, Cepheus, Corona Borealis, Cygnus, Draco, Hercules, Ophiuchus, Sagitta, Sagittarius, Scutum, Serpens, Ursa Minor & Vulpecula
 
Carbonsterren: 38  Open Clusters: 48  Globular Clusters: 45  Nevels: 4  Planetaire Nevels: 4  Sterrenstelsels: 88  Dubbelsterren: 22  Asterismen: 10
 
Van donderdag 1 tot zaterdag 10 juli was ik in Frankrijk voor een vakantie die deels in het teken stond van astronomie. Gedurende de nachten dat het maanlicht niet te veel stoorde heb ik waargenomen aan de hand van het bovenstaande waarneemplan (.pdf icoontje). Daarnaast heb ik iedere nacht een camera opgesteld voor (timelapse)fotografie.
 
zaterdag 3 juli
 
De nachten zijn nog kort in deze tijd van het jaar en ook de Maan stoort vannacht al vrij snel na het einde van de astronomische schemering. Het zal in totaal maar drie kwartier volledig donker zijn. Gelukkig duurt het even voor de Maan boven de bergen in het oosten uitkomt.
's Middags heb ik het materiaal opgesteld in de tent. De eerste twee nachten staat de telescoop azimutaal ("Alt/Az") opgesteld zodat ik objecten dichtbij de pool kan bekijken.
Weersomstandigheden
Transparantie: 5/5  Seeing: 6/10  Grensmagnitude: ±6.0  Maximale SQM: 21.33
 
Overdag was het behoorlijk bewolkt, maar 's avonds lost het snel op. Het is helder, de lucht is droog en het is windstil. Het is erg donker en in de Melkweg is veel detail zichtbaar. In het noordnoordoosten, voorbij de horizon hangt nog veel onweer. De hele avond en nacht zijn er lichtflitsen zichtbaar, ook wanneer je door de telescoop kijkt. Het stoort de waarnemingen gelukkig niet zo erg.
 
Details
Tijd: 23:25 - 1:25  Telescoop: 12" LX200ACF (Alt/Az)  Waargenomen objecten: 38  in sterrenbeelden: Ursa Minor, Draco & Cepheus
 
Carbonsterren: 6  Sterrenstelsels: 26  Dubbelsterren: 2  Asterismen: 4
 
Nog voordat het volledig donker is begin ik met één carbonster in Ursa Minor en vijf in Draco. UX Draconis is de mooiste, met een vurig oranje kleur. CGCS3723 in hetzelfde sterrenbeeld is een stuk valer, maar als bonus staat een half beeldveld ten noorden de dubbelster Σ2092. Het contrast tussen de helderwitte en vaalgele component van deze dubbel is subtiel.
Tegen middernacht richt ik de telescoop op sterrenstelsels in Ursa Minor. De meeste stelsels zijn klein en erg zwak en soms lastig waarneembaar. Wel kan ik tot drie keer toe een extra stelsel toevoegen. Bij de waarneming van NGC5712 is dat IC4470 (ten onrechte soms geclassificeerd als een open cluster) dat met een 17mm Nagler 1/8 beeldveld ten westnoordwesten staat. IC4470 is uitgerekt, terwijl NGC5712 rond is. Hetzelfde geldt voor MCG+14-07-012, dat ook een uitgerekt stelsel is en 1/4 beeldveld ten noordnoordwesten staat van het ronde stelsel MCG+14-07-014 dat ik eerst bekeek. NGC6068 blijkt een begeleider te hebben: NGC6068A. Het stelsel is ongeveer 2/3 keer zo groot als NGC6068 en iets zwakker. Bij de waarneming van NGC5452 is er opnieuw een Struve dubbelster als extraatje. Deze keer is het Σ1798 met een helderwitte en een vaag lichtblauwe component.
De sterrenstelsels NGC6251 en 6252 staan gelijktijdig in beeld. 6251 is feller en ongeveer twee keer zo groot als 6252, maar rond, terwijl 6252 iets uitgerekt is. Het mooiste stelsel van de avond is NGC6217 dat behalve een iets rafelige structuur ook een erg smal, uitgerekt feller middelste deel laat zien. Na NGC5819 begint het licht van de Maan teveel te storen om meer DSO's te kunnen waarnemen. De resterende stelsels in Ursa Minor bewaar ik daarom tot morgen.
De nacht sluit ik af met een paar asterismen in Ursa Minor, Draco en Cepheus. De "Diamond Ring" rond Polaris vind ik niets bijzonders, maar de "Mini Coathanger" is leuk om te bekijken. Dat geldt ook voor "Mini Cassiopeia" in Draco. De laatste, NGC7708 in Cepheus lijkt echt op een open cluster, hoewel het toch als een asterisme is geclassificeerd.
 
zondag 4 juli
 
Weersomstandigheden
Transparantie: 5/5  Seeing: 6/10  Grensmagnitude: ±6.0  Maximale SQM: 21.38
 
Net als gisteren lost de bewolking 's avonds snel op. Het is kraakhelder en de lucht is opnieuw erg droog. Onweersbuien zijn er vanavond niet. De Maan zal vanaf ongeveer één uur DSO waarnemingen gaan storen.
Details
Tijd: 23:30 - 0:50  Telescoop: 12" LX200ACF (Alt/Az)  Waargenomen objecten: 25  in sterrenbeelden: Corona Borealis, Ophiuchus, Serpens (Cauda), Draco & Sagittarius
 
Carbonsterren: 9  Nevels: 3  Planetaire Nevels: 2  Sterrenstelsels: 10  Dubbelsterren: 1
 
Voor ik begin met waarnemen stel ik op een vast statief mijn camera op voor een timelapse serie richting de berg in het zuidoosten. Een lang filmpje zal het in deze korte nacht niet worden, maar ik hoop dat de opkomst van de Maan rond één uur 's nachts een fraai effect geeft.
De nacht begin ik opnieuw met carbonsterren, daarvoor hoeft het nog niet volledig donker te zijn. Ik bekijk er twee in Corona Borealis, vier in Ophiuchus en drie in Serpens Cauda. De mooisten zijn V en TW Ophiuchi. Beiden hebben een erg heldere kleur, maar TW is oranje waar V Ophiuchi juist meer oranjerood is.
Tegen middernacht ga ik verder waar ik gisteren gebleven was met de sterrenstelsels in Ursa Minor. Tien vage vlekjes passeren mijn oculair, sommigen erg zwak. Vanavond geen extra, onverwachte stelsels en alleen bij de laatste, NGC6094 kan ik als bonus een dubbelster (Σ2036) bijschrijven. Deze dubbel heeft drie componenten, maar alleen A en B zijn door mijn telescoop zichtbaar. C is daar met mag. 16.5 veel te zwak voor.
In het sterrenbeeld Draco bekijk ik twee planetaire nevels: Caldwell 6 (NGC6543, de "Cat's Eye Nebula") en NGC6742. De "Cat's Eye" is fel en heeft een ovale vorm. Heel subtiel heeft de nevel bovendien een iets turqoise tint. Het NNO deel lijkt iets zwakker De centrale ster is gemakkelijk zichtbaar en het valt met op dat daar direct omheen een klein donker deel ligt. Met gebruik van filters verdwijnt dit donkere deel en wordt de nevel in zijn geheel feller.
NGC6742 is in tegenstelling tot wat veel catalogi vermelden helemaal niet "stellar". Het is een egale ronde gloed. Filters hebben bijna geen effect.
Voor de Maan opkomt bekijk ik nog de drie bekendste nevels van Sagittarius. De "Trifid" is vrij zwak, maar een UHC filter helpt om de donkere banen die het zuidelijke deel van de nevel doorkruisen er beter uit te laten komen. De "Lagoon" is fraaier dan Messier 20. Niet alleen omdat de nevel groter en feller is, maar vooral ook door het open cluster NGC6530 dat in het oostelijke deel staat. Bovendien reageert de nevel erg goed op het filter. Het laatste object is Messier 17 (NGC6618, de "Omega" of "Swan Nebula"). De vorm is duidelijk en ook op deze nevel heeft een UHC filter een erg goed effect. Ik kan met gemak losstaande delen onderscheiden.
Terwijl de Maan opkomt rits ik de tent dicht. De camera laat ik staan en haal ik vroeg in de ochtend aan het begin van de nautische schemering weer op. Eén van de opnamen heeft een kleine maar felle meteoor vastgelegd.
 
maandag 5 juli
 
Weersomstandigheden
Transparantie: 5/5  Seeing: 5/10  Grensmagnitude: ±6.0  Maximale SQM: 21.45
 
De Melkweg is zichtbaar vanaf de zuidelijke horizon tot ongeveer dertig graden boven de noordelijke. Nooit eerder zag ik er op deze locatie zoveel detail in. De lucht is droog en het is windstil.
 
Details
Tijd: 23:45 - 2:05  Telescoop: 12" LX200ACF (Polar)  Waargenomen objecten: 55  in sterrenbeelden: Hercules, Scutum & Cygnus
 
Carbonsterren: 16  Open Clusters: 4  Planetaire Nevels: 1  Sterrenstelsels: 31  Dubbelsterren: 3
 
's Middags heb ik de opstelling omgebouwd en de telescoop equatoriaal ("polar") opgesteld op de wedge.
Op een vast statief staat mijn camera opgesteld voor een timelapse serie richting het zuiden. Als het goed is loopt de Melkweg gedurende de opnamen mooi door het beeld.
Vanavond wacht ik tot het volledig donker is voor ik begin met waarnemen. Van de donkere tijd voordat de Maan opkomt maak ik gebruik om sterrenstelsels in Hercules te bekijken. Ik hoop er zo'n 25 te kunnen zien van de ongeveer 130 tot mag. 14.0 die zichtbaar zouden moeten zijn in dit sterrenbeeld.
Over het algemeen zijn de sterrenstelsels die ik vanavond in beeld krijg iets feller dan de stelsels in Ursa Minor die ik gisteren en eergisteren bekeek. Daarnaast zijn er ook veel extra's: IC1152 en IC1153 delen het beeldveld, maar daarnaast zijn er onverwachts drie extra stelsels in de directe omgeving zichtbaar. Ten zuidzuidwesten van IC1152 staat PGC2309484. Zwak maar duidelijk zichtbaar en feller dan je gelet op de geldende catalogi mag verwachten. Sterker nog, dit stelsel komt alleen in de Hyperleda catalogus voor en een magnitude wordt er niet eens voor gegeven.
Ten noordnoordoosten van IC1152 zag ik IC1153 al, maar direct ten noorden van een mag. 11 ster die dichtbij ten ONO van IC1153 staat, is MCG+08-29-027 duidelijk zichtbaar. Daar houdt het nog niet mee op, want 1/3 beeldveld ten noordoosten daarvan geeft ook PGC56483 zich prijs. Twee sterrenstelsels dicht bij elkaar is altijd leuk, maar als bonus drie onverwachte extra waarnemingen kunnen bijschrijven is toch wel bijzonder. Ik besef me opnieuw hoe ongelooflijk veel er met amateurmateriaal zichtbaar is onder goede omstandigheden. Soms lijkt het nooit op te houden.
Een verwachtte bonus is de planetaire nevel NGC6058 die één beeldveld ten westen van het sterrenstelsel MCG+07-33-036 staat. Het sterrenstelsel is extreem zwak maar de nevel is gemakkelijk waarneembaar als een ronde gloed. Het valt me op dat de centrale ster iets ten zuiden van het midden lijkt te staan. Eigenlijk lijkt de nevel wel iets op een sterrenstelsel.
De stelsels MCG+07-33-039 en -040 zijn gelijktijdig zichtbaar en hetzelfde geldt voor NGC6150A & B. Bij NGC6160 zie ik ook een extra stelsel. Ik spreek de locatie en de sterren in het beeldveld zoals altijd in op mijn memorecorder, maar ik kan achteraf niet met zekerheid bepalen welk stelsel het was dat er ½ beeldveld ten oosten van stond. Ik vermoed PGC87321, maar omdat ik het niet zeker weet log ik hiervoor maar niets.
1/10 Beeldveld ten noordnoordwesten van NGC6196 staat IC4614, weer een extra stelsel, hoewel extreem zwak en op de grens van zichtbaarheid. Leuk om te zien is dat direct ten noordnoordwesten daarvan een paar sterren een uitgerekte "Cassiopeia-achtige W" vormen.
NGC6239 is opvallend omdat het een iets vlekkerige structuur heeft en een uitstulpend, feller middelste deel. Het laatste stelsel van vannacht is het mooiste: NGC6207 lijkt op een miniatuurversie van het Andromeda stelsel (Messier 31), maar wanneer je er beter naar kijkt vertoont het meer gelijkenis met Caldwell 72 (NGC55) in Sculptor. Net als dit veel grotere zuidelijke stelsels heeft NGC6207 een uitgerekt feller middelste deel dat niet in het midden van het stelsels staat maar, in dit geval richting het zuidzuidoosten.
Na deze verassende verzameling sterrenstelsels in Hercules ga ik verder met open clusters in Scutum. Het duurt echter niet lang meer voordat de Maan gaat storen, en na vier clusters laat ik de deepsky objecten voor wat ze zijn. De Maan heeft veel minder invloed op carbonsterren, en er zijn er genoeg te zien in Cygnus. Slechts eentje blijft er onvindbaar, en voor 16 van deze kleurrijke sterren kan ik een waarneming bijschrijven. En dat niet alleen, want bij AX Cygni kan ik ook de dubbelster STT391 en 393 meepikken. Voor beide dubbels legde ik in september 2007 al eens een waarneming vast, toen nog niet wetende dat de carbonster er dichtbij staat. Bij RV Cygni is ook nog eens de dubbelster 79 Cygni (South 799) zichtbaar.
Na de carbonsterren zit het wat waarnemen betreft op voor vanavond. De camera laat ik tot de ochtendschemering doorklikken.
 
dinsdag 6 juli
 
Weersomstandigheden
Transparantie: 4/5  Seeing: 7/10  Grensmagnitude: ±5.0  Maximale SQM: 21.16
 
Helder en windstil maar vochtige lucht en kouder dan de vorige nachten. Laag in het zuiden is de transparantie matig en tegen één uur neemt de transaparantie verder af.
 
Details
Tijd: 0:15 - 2:15  Telescoop: 12" LX200ACF (Polar)  Waargenomen objecten: 45  in sterrenbeelden: Ophiuchus, Sagittarius & Aquila
 
Carbonsterren: 7  Open Clusters: 17  Globular Clusters: 11  Dubbelsterren: 4  Asterismen: 6  
 
Vanavond ben ik wat later op de stek: Het Nederlands Elftal heeft de finale van het WK voetbal bereikt en dat ging even voor.
Het is vannacht aanmerkelijk koeler dan de vorige avonden. De temperatuur heeft het dauwpunt al vroeg bereikt en alles is vochtig. Het dak van de tent had ik, behalve het vliegengaas 's middags al geopend maar gelukkig is binnen alles nog droog. De dauwlinten zet ik alvast aan, dat is deze week tot nu toe nog geen enkele keer nodig geweest.
Buiten de tent stel ik mijn camera in om gevolgde opnamen te maken op de LXD75 montering. Ik heb het nooit eerder geprobeerd en ik ben benieuwd wat er mogelijk is met alleen een groothoeklens en een belichting van tien minuten.
Het is al na middernacht wanneer ik begin aan globular clusters in Ophiuchus. Helaas is met de verhoogde luchtvochtigheid ook de transparantie wat minder. De seeing is wel beter. Gelukkig zijn de meeste globulars in Ophiuchus vrij fel. Na een half uur waarnemen neemt de transparantie verder af. Gelukkig heb ik voor die tijd vijf Messier en zes NGC globulars kunnen zien. Er zijn er nog meer dan tien extra zichtbaar, maar die bewaar ik liever voor morgen, als de omstandigheden hopelijk iets beter zijn en ik vroeger kan beginnen wanneer de objecten iets hoger staan. Messier 10, 62 en 19 vond ik de mooisten van de clusters die ik vanavond in beeld kreeg, maar ook de NGC's mogen er zijn. Op een schaal van één tot tien geef ik geen enkele een waardering lager dan vijf. NGC6293 waardeer ik daarbij het meest: Het cluster is klein maar fel en heeft een relatief groot, feller middelste deel dat, ondanks dat het object zo laag staat tot in de kern redelijk oplost.
Daarnaast is er nog iets het vermelden waard. Met mijn waarneming van Messier 62 heb ik nu eindelijk alle Messier objecten een keer gezien. Deze laatste, om "de 110" vol te maken was mijn 1748e individuele DSO en mijn 4819e vastgelegde waarneming... om maar aan te geven hoeveel meer (véél meer) er zichtbaar is dan alleen "de bekende weg" van Messier, Herschel en wat felle NGC's. Maar goed, ik heb ze nu dus allemaal gezien.
En ik hoef er geen certificaat voor ;-).
 
Nu de transparantie vooral laag in het zuiden een stuk slechter is bewaar ik ook de globular clusters in Sagittarius voor een volgende keer. Wel bekijk ik in dat sterrenbeeld zeven carbonsterren. Afgezien van V4380 Sagittarii die iets flets is hebben ze allemaal een duidelijke, diepe kleur. Bij de waarneming van V1942 Sagittarii pik ik twee dubbelsterren mee: South 715 en 716. h2880 deelt het beeldveld met AQ Sagittarii.
Hoger boven de horizon is het beter waarnemen en de open clusters in Aquila hebben weinig last van de mindere transparantie. 17 Passeren er mijn oculair waarbij NGC6709 de mooiste is. Het cluster niet erg rijk, maar ook weer niet heel arm, losstaand en vult ongeveer de helft van een 17mm Nagler. Aan zowel de oost- als aan de westrand staat een vaaloranje mag. 9 ster.
Aquila bevat ook veel zwakke clusters die niet of slechts gedeeltelijk resolven. Berkeley 79, 81, 82 en 45, Ling 3 en King 25 zijn daar goede voorbeelden van.
NGC6755 bestaat uit mag. 14 en zwakkere sterren en is daarmee niet spectaculair, maar leuk is wel dat direct ten noorden nog een open cluster staat, Czernik 39. 1/4 Beeldveld ten noordnoordoosten van NGC6837 log ik ook de A en B component van STF2593. Dichtbij B staat nog een derde component ontdek ik later, maar daar heb ik tijdens de waarneming niet op gelet.
De laatste van de open clusters in Aquila, Alessi 10 is bijzonder. Dit lijkt me een goed voorbeeld van een object dat lang over het hoofd werd gezien en mogelijk daardoor niet is opgenomen in bijvoorbeeld de NGC of IC catalogus. Het is een losstaande, gespreide groep van helderwitte mag. 9 sterren. Het zuidwestelijke deel waaiert iets uit terwijl het noordelijke deel juist taps toeloopt. Geen spectaculair cluster maar zeker de moeite waard.
Tot slot bekijk in nog zes asterismen in Aquila. Sommigen lijken op open clusters, anderen zijn niet goed losstaande, vormloze groepjes van zwakke sterren.
 
Terug in het huisje bekijk ik de resultaten van mijn gevolgde opnamen. Ik ben erg tevreden over de eerste resultaten.
Nadat ik op de televisie de nabeschouwingen van de NOS over de gewonnen halve finale heb gezien zet ik de camera buiten op het balkon om een timelapse te maken van de zonsopkomst. Maar daar wacht ik niet op, de afstandsbediening doet zijn werk.
 
woensdag 7 juli
 
Weersomstandigheden
Transparantie: 4/5  Seeing: 5/10  Grensmagnitude: ±6.0  Maximale SQM: 21.38
 
Helder en windstil. De lucht is minder vochtig dan gisteren en de transparantie is beter. Toch is het nog steeds minder goed dan het een paar dagen geleden was. Vergeleken met de gemiddelde Nederlandse omstandigheden is het natuurlijk nog steeds meer dan prima.
In het oostnoordoosten zorgt het licht van de stad Gap voor een koepel die tot ongeveer twintig graden boven de horizon komt.
 
Details
Tijd: 23:35 - 1:10  Telescoop: 12" LX200ACF (Polar)  Waargenomen objecten: 38  in sterrenbeelden: Ophiuchus, Sagittarius, Serpens Cauda & Sagitta
 
Globular Clusters: 34  Planetaire Nevels: 1  Dubbelsterren: 3
 
Vannacht probeer ik een bewegende timelapse te maken met op de voorgrond de toppen van de bomen naast de tent. Zodra de camera loopt begin ik waar ik afgelopen nacht was gebleven met de globular clusters in Ophiuchus. Hopelijk blijven de omstandigheden goed en kan ik vannacht eindelijk ook de vele globulars van Sagittarius in beeld krijgen.
Zoals te verwachten was zijn de Messiers (9 & 14) de mooisten. De resterende NGC's halen het niet bij die van gisteravond. NGC6356, 6401 en 6517 zijn het felst maar geen van drieën zijn ze goed te resolven. 1/2 Beeldveld ten zuidwesten van NGC6401 valt de dubbelster STF2201 op met een duidelijk oranje gekleurde A component.
Het eerste cluster in Sagittarius, NGC6440 is niet te resolven maar heeft wel duidelijk een korrelige structuur. Het is een object dat meteen iets extra's biedt, want 21' (anderhalf beeldveld) ten noordnoordoosten staat volgens mijn gids de "Little Gem", de planetaire nevel NGC6445. Wanneer ik de telescoop er naartoe draai zie ik een felle, uitgerekte, kleurloze nevel het beeld inschuiven. Met gebruik van perifeer zicht is de nevel veel feller en lijkt het uit twee delen te bestaan: Een feller noordoostelijk en zuidoostelijk deel. Ook de nevel staat niet alleen want 1/4 beeldveld ten oosten staan de mag. 8 en 10 componenten van de wijde dubbel h2810.
De NGC globulars van Sagittarius lijken over het algemeen meer op de NGC's in Ophiuchus van gisteravond en ze zijn over het algemeen feller dan de clusters die ik vanavond in dat sterrenbeeld bekeek. NGC6544 valt op doordat het aan de zuidwest kant iets lijkt afgeplat op een lijn van zuidwest naar noordoost. Bovendien is het redelijk fel, hoewel niet geconcentreerd. Het volgende cluster, NGC6553 is zwakker, maar groter en erg rijk. Het lost niet op maar laat met gebruik van perifeer zicht wel een korrelige structuur zien.
Messier 22 is veruit de mooiste. Dit grote, felle cluster is wat mij betreft het mooiste dat van een gemiddelde noordelijke breedtegraad zichtbaar is en doet alleen onder voor Omega Centauri en 47 Tucanae. Ik zie veel mag. 12 sterren die op de voorgrond lijken te staan en het enigszins een driedimensionaal effect geven.
Palomar 8 is veel zwakker. Meer dan een van noord naar zuid uitgerekte lichtgloed is het niet en individuele sterren kan ik niet onderscheiden. NGC6717 is als cluster op zich weinig bijzonders. Een iets van oost naar west uitgerekte, zwakke gloed met op de voorgrond, net ten zuiden van het midden een mag. 13 ster. Het staat direct ten zuiden van de gele mag. 5.5 ster Nu Sagittarii, maar heeft bovendien een half beeldveld ten westzuidwesten de dubbelster Nu-1 Sagittarii staan. Van deze dubbel zie ik de A en de C component, B staat te dicht bij A en wordt door de eveneens gele mag. 5 primaire ster overstraalt. Leuk om bij het uitwerken van de waarneming van het cluster te "ontdekken" is dat de mag. 13 ster ten zuiden van het midden een IC (1470) aanduiding draagt. Daarnaast is het cluster kennelijk ook ooit geclassificeerd als een open cluster, namelijk Collinder 395. Ook heeft het als globular een Palomar (9) aanduiding.
Na Messier 55, dat te laag staat voor een fatsoenlijke waarneming en Messier 75 bekijk ik nog drie globulars in Serpens Cauda. Alleen NGC6535 is de moeite waard, NGC6539 en IC1276 zijn echt heel erg zwak.
Als laatste zet ik nog het ovale cluster Messier 71 in Sagitta in beeld. Terwijl ik de waarneming van dat object inspreek neemt het snel in felheid af. Omhoog kijkend zie ik dat er, schijnbaar vanuit het niets een brede band bewolking vanuit het zuiden in de lijn van de Melkweg is binnengedreven. Vermoedelijk hangt er nog meer dunne bewolking in het zuiden want daar is de transparantie ook enorm afgenomen. Jammer, ik wilde nog wel even doorgaan vannacht. En hoewel er nu duidelijk een laag bewolking hangt ziet er helemaal niet zoveel slechter uit dan doorgaans in Nederland onder een heldere hemel.
Het ziet er niet naar uit dat de bewolking snel zal verdwijnen. Ik besluit er voor vannacht mee op te houden en stop ook de timelapse opnamen. Gelukkig heb ik wel de globulars kunnen zien die ik voor deze week had gepland!
 
donderdag 8 juli
 
Weersomstandigheden
Transparantie: 4/5  Seeing: 5/10  Grensmagnitude: ±6.0  Maximale SQM: 21.34
 
Helder en windstil, de lucht is droog. De Melkweg is goed zichtbaar, de transparantie is goed maar niet zo goed als tijdens de eerste nachten.
Rond kwart voor één neemt de transparantie redelijk af en lijkt het er op dat er in het zuiden tegen de horizon bewolking hangt. Om één uur is het in zuiden duidelijk bewolkt en is Sagittarius bijna niet meer zichtbaar.
 
De camera maakt vannacht op de LXD montering timelapse opnamen van de Melkweg in het zuiden.
Details
Tijd: 23:25 - 2:40  Telescoop: 12" LX200ACF (Polar)  Waargenomen objecten: 58  in sterrenbeelden: Serpens (Caput), Corona Borealis, Ophiuchus, Serpens (Cauda), Vulpecula & Cygnus
 
Open Clusters: 27  Nevels: 1  Sterrenstelsels: 21  Dubbelsterren: 9
 
Vanavond begin ik met zwakke sterrenstelsels in Serpens Caput die ik in Nederland niet in beeld kreeg. Niet verwonderlijk want bij slechts twee van de elf stelsels, NGC6172 en 6008 kan ik meer dan alleen de grijze vlek van het stelsel onderscheiden. In beide stelsels is een zwakke kern zichtbaar. Bij 6008 zou dat trouwens ook een voorgrond ster kunnen zijn. Het laatste object, eigenlijk objecten in Serpens Caput vormen "Stephan's Quintet". Het is lastig en zwak. Met een 17mm Nagler kan ik erg dicht bij elkaar drie stelsels onderscheiden: Het zijn het middelste stelsel NGC6027A en de twee felste noordelijke, NGC6027 en 6027E. De hogere vergroting van een 12mm Nagler maakt ook NGC6027D zichtbaar als een klein, zwak rond vlekje.
NGC6129 in Corona Borealis had ik ook niet eerder gezien. Het is een klein rond vlekje met een iets feller middelste deel waarin met gebruik van perifeer zicht zwak een kern zichtbaar is. Na de 51 sterrenstelsels tot mag. 14.0 in Serpens Caput (en de zwakkeren die tijdens waarnemingen van andere stelsels toch zichtbaar bleken) heb ik nu ook alle 21 sterrenstelsel van maximaal deze felheid, eigenlijk zwakheid, in Corona Borealis waargenomen.
De dertien stelsels die ik in Ophiuchus hoop te zien heb ik geen van allen eerder waargenomen. Vier zijn er te zwak om zo laag bij de horizon in beeld te krijgen. Van de negen die ik wel kan zien is NGC6384 de fraaiste. Het stelsel is ovaal van vorm, van NO naar ZW uitgerekt, met een erg uitgerekt middelste deel en een matig felle kern die net zichtbaar is zonder gebruik te maken van perifeer zicht. Een half beeldveld ten zuidoosten van NGC6604 staan de helderwitte en de vaal lichtblauwe componenten van de dubbelster STF2166. Een tweede extraatje is er bij MCG+02-46-002, waar ten NNW het iets fellere stelsel MCG+02-46-001 staat. Hoewel -001 een hogere magnitude heeft is het kleiner dan -002, waardoor de oppervlaktehelderheid lager is en daarmee het stelsel voor het oog feller.
Na de sterrenstelsels in Ophiuchus bekijk ik opnieuw objecten in Serpens, deze keer open clusters in de staart (Cauda) van de slang. Net als gisteren neemt de transparantie in het zuiden rond dit tijdstip sterk af. Ik vermoed dat er bewolking laag boven de horizon hangt. De clusters in Serpens Cauda staan gelukkig hoog genoeg.
NGC6604 heb ik eerder gezien, maar ook vannacht zie ik niets van de zwakke emissienevel Sharpless 54 die het cluster omringt. IC4756 is mooi. Een groot cluster dat het gehele beeldveld van een 41mm Panoptic met mag. 9 en zwakkere sterren vult. De mag. 8.5 vaaloranje ster aan de ZW rand is opvallend.
In Vulpecula leg ik voor het eerst een waarneming vast van Collinder 399, de "Coathanger". Niet dat ik het object nooit eerder bekeek (integendeel), ik heb er voor zover ik kan nagaan simpelweg nooit eerder een waarneming voor vastgelegd!
Terwijl de transparantie laag bij de horizon verder afneemt richt ik de kijker op open clusters in Cygnus. Er is overal aan de sterrenhemel veel te zien en te ontdekken, maar dichtbij en in de Melkweg wordt het alleen maar meer. Erg vaak kan ik bij het waarnemen van een cluster dubbelster waarnemingen bijschrijven, acht in totaal. Het cluster Teutsch 8 vormt op zich al een dubbelster, namelijk Espin 202, maar de 16 componenten van deze dubbel zal ik wel een keer uitpluizen wanneer ik gericht naar dubbelsterren aan het kijken ben.
NGC6811 doet de naam "Hole in a cluster" eer aan want in het centrale deel zijn duidelijk minder sterren zichtbaar. Zoekende naar Toepler 1 stuit ik op de emissienevel NGC6857 die ik in 2008 vanuit Nederland al eens met een 8 inch telescoop bekeek. Toch lijkt het opnieuw of je, hoe meer je bekijkt, hoe meer objecten je in beeld krijgt. De nevel is een iets van noordoost naar zuidwest uitgerekte vlek en is iets feller in het noordoosten en uitwaaierend richting het zuidwesten.
Van de selectie open clusters die ik in Cygnus bekijk is Roslund 5 de mooiste. Het is een grote, gespreide groep van mag. 8 en zwakkere sterren en is bijna beeldvullend met een 41mm Panoptic. De dubbelsterren STF2638 en South 738 (waarvan de B en C componenten STT541 vormen) complementeren de waarneming. Het cluster bevat overigens nog meer dubbelsterren en ook in de directe omgeving staan er veel, maar zonder verdere gegevens is dat lastig te bepalen.
De transparantie neemt verder af en de bewolking in het zuiden kruipt langzaam hoger boven de horizon. Waarschijnlijk is de timelapse van vannacht daardoor geen succes. Wanneer ik de opnamen bekijk en in een filmpje monteer is de bewolking duidelijk zichtbaar. Hoger boven de horizon heeft het de waarnemingen gelukkig niet beïnvloed.
 
vrijdag 9 juli
 
Gisteren was de laaste avond en nacht dat ik kon waarnemen. Het weer is omgeslagen en een zuidwestelijke stroming zorgt ervoor dat er steeds meer hoge bewolking binnedrijft. 's Avonds ruim ik mijn materiaal op en pak ik de auto in voor de terugreis op zaterdag.
Hoewel de nachten kort waren heb ik gedurende zes waarneemsessies toch veel nieuwe en regelmatig ook fraaie objecten waargenomen. De atmosferische omstandigheden waren vooral de eerste nachten erg goed. In totaal kan ik 259 waarnemingen bijschrijven, het grootste deel daarvan voor niet eerder waargenomen objecten. Weer een mooi hoofdstuk in mijn eigen ontdekking van de sterrenhemel. De derde vakantie bij La Montagne was opnieuw zeer de moeite waard en ik kijk alweer uit naar de volgende. Voorjaar 2011, waarschijnlijk.
 
zaterdag 5 juni 2010 - MVC Berlicum
 
Weersomstandigheden
Transparantie: 4/5  Seeing: 7/10  Grensmagnitude: ±4.0  Maximale SQM: 20.23
 
De astronomische schermering eindigt vannacht niet, de zon komt niet lager 15.8 graden onder de horizon.
Het is helder en de lucht is droog waardoor de lichtvervuiling meevalt. Het is windstil.
 
Details
Tijd: 0:05 - 2:40  Telescoop: 12" LX200ACF (Polar)  Waargenomen objecten: 31  in sterrenbeelden: Libra, Hercules, Ophiuchus, Scutum & Aquila
 
Carbonsterren: 14  Open Clusters: 13  Dubbelsterren: 4
 
Nog een paar weken en het is alweer de kortste nacht van het jaar. Echt donker wordt het vannacht eigenlijk niet. Faint fuzzies bekijken zit er niet in, daarom richt ik me op "stellaire objecten". Tenminste, objecten die uit sterren bestaan, want ook open clusters zijn onder minder dan goede omstandigheden vaak nog goed waarneembaar.
Het loopt tegen elf uur wanneer ik bij de stek aankom. Het is rustig, windstil en de temperatuur is nog steeds aangenaam. Op mijn gemak stel ik op en laad ik de tours voor vanavond in de telescoop. Rond middernacht wordt het duidelijk donkerder en begin ik met de eerste waarnemingen, carbonsterren in Libra en Hercules. HM Librae staat laag waardoor de kleur schommelt tussen oranje en vaaloranje. De drie carbonsterren in Hercules staan hoger maar laten toch een minder diepe kleur zien. De zes open clusters in hetzelfde sterrenbeeld heb ik niet eerder gezien. In het bijna niet uitspreekbare cluster Dolidze-Dzimselejsvilli 5, een gespreide groep van ongeveer 15 sterren van magnitude 9 en zwakker is ook de zwakke dubbelster Ali 864 waarneembaar. Verder ten westzuidwesten ervan staan ook nog de twee componenten van OΣ310. De overige clusters zijn leuk om gezien te hebben, maar alleen Dolidze-Dzimselejsvilli 9 en Alessi 62 zijn de moeite waard.
Ongeveer één beeldveld (met een 22mm Nagler) ten zuidzuidoosten van Alessi 62 zie ik tussen een paar sterren in een vaag vlekje staan. Het is duidelijk niet 'stellar'. In mijn gids staat er geen informatie over. Ik laat het waarnemen even voor wat het is en pak m'n notebook om te kijken wat het kan zijn. Een DSO, of wie weet.... Helaas, het blijkt een klein, compact groepje te zijn van erg zwakke sterren die door mijn telescoop niet indivueel oplossen maar gezamenlijk wel een erg kleine, zwakke, ovale gloed creëeren.
De carbonsterren V & TW Ophiuchi zijn erg mooi, V2390 is onopvallend maar heeft wanneer ik er beter naar kijk wel duidelijk een vaaloranje kleur. Van de open clusters in Ophiuchus is IC4665 een aanrader. Het cluster is groot en bevat veel mag. 7 sterren. Op de oostrand staat een mag. 8.5 oranje ster.
In het cluster pik ik net ten noordwesten van het midden de dubbelster Σ2212 mee. Het laastste open cluster voor ik verder ga met carbonsterren in Scutum, NGC6633 is ook de moeite waard. Hetzelfde geldt voor de vier carbonsterren (RX, RV, S & T Scuti), die allen een mooie diepe kleur hebben. Dieper van kleur in ieder geval dan UV, V & V1469 Aquilae waarmee ik de avond afsluit.
De Maan is inmiddels opgekomen. Hoewel het licht het waarnemen erg stoort helpt het om wat foto's van de opstelling te maken. Om half vier rijd ik naar huis terwijl de lucht in het noordnoordoosten alweer licht begint te kleuren.
 
zaterdag 17 april 2010 - MVC Berlicum
 
Weersomstandigheden
Transparantie4/5  Seeing7/10  Grensmagnitude±5.0  Maximale SQM20.29
 
Windstil en heldere, droge, schone lucht. Van eventuele aanwezigheid van vulkanische as hoog in de atmosfeer is niets te merken. De transparantie is veel beter dan op 10 april.
 
Details
Tijd22:50 - 3:20  Telescoop12" LX200ACF (Polar)  Waargenomen objecten79  in sterrenbeeldenLeo Minor, Boötes, Ursa Major, Virgo & Serpens (Caput)
 
Sterrenstelsels75  Dubbelsterren4
 
Het is vanavond pas de tweede keer dat ik in 2010 kan gaan waarnemen. Op 10 april stond de atmosfeer het waarnemen van zwakke objecten niet toe maar vanavond is er veel meer mogelijk.
Net voor het einde van de astronomische schemering begin ik met sterrenstelsels in Leo Minor. Spectaculaire objecten zitten er niet bij en slechts in een paar stelsels is wat detail zichtbaar. Zoals een iets vlekkerige structuur in NGC3003. NGC3432 is opvallend feller in de het zuidwestelijke tweederde van het stelsel. MCG+06-24-027 en PGC2083753 die ook bij deze Arp (206) horen zijn te zwak. NGC3486 is redelijk groot en vermoedelijk veel mooier onder betere omstandigheden. De fraaiste waarneming in Leo Minor is die van de stelsels NGC3395 en NGC3396 die dicht bij elkaar staan. Direct ten westen van NGC3344 zijn als extraatje de twee sterren zichtbaar die samen de redelijk wijde dubbelster h489 vormen. NGC3327 is een erg zwakke van oost naar west uitgerekte veeg zonder detail, maar toch het vermelden waard: Het is het duizendste sterrenstelsel waar ik een waarneming voor vastleg!
Na 38 sterrenstelsels in Leo Minor ga ik verder met een tour in Boötes. Dit sterrenbeeld wordt vaak als erg "leeg" gezien. Hoewel er weinig felle objecten staan, bevat het toch een groot aantal stelsels. Voor mij nog grotendeels onontgonnen gebied. In het meest noordelijke deel van het sterrenbeeld kan ik voor 22 sterrenstelsels een waarneming vastleggen. Bij de tweede, NGC5481 is ook het stelsel NGC5480 goed zichtbaar. Dat iets grotere stelsel staat in het sterrenbeeld Ursa Major. NGC5481 is rond terwijl NGC5480 iets is uitgerekt van noord naar zuid. 1¼ Beeldveld ten zuidwesten van NGC5520 (met een 17mm Nagler) is de dubbelster Σ1814 zichtbaar. IC1029 is opvallend fel. Bij NGC5676 staat net iets meer dan een half beeldveld ten zuidzuidwesten de dubbelster OΣ282. Deze dubbel staat net in het sterrenbeeld Virgo.
Rond kwart voor drie begin ik aan sterrenstelsels in Serpens (Caput). Vorig jaar zag ik in Frankrijk veel meer stelsels in deze helft van het sterrenbeeld. Toch laten de felsten zich zien, in totaal 14. NGC6021 en 6018 zie ik gelijktijdig in hetzelfde beeldveld. Beide stelsels zijn erg zwak, al is NGC6018 duidelijk iets feller dan NGC6021.
 
zaterdag 10 april 2010 - MVC Berlicum
 
Weersomstandigheden
Transparantie2/5  Seeing5/10  Grensmagnitude±4.0  Maximale SQM20.14
 
Het is helder, maar de transparantie is erg slecht waardoor de lichtvervuiling ook extra storend is.
 
Details
Tijd23:00 - 0:00  Telescoop12" LX200ACF (Polar)  Waargenomen objecten14  in sterrenbeeldenLeo, Ursa Major & Canes Venatici
 
Sterrenstelsels13  Dubbelsterren1
 
De eerste keer waarnemen in 2010! Het is bijna vijf maanden geleden dat ik voor het laatst door een telescoop keek...
Vanwege de slechte transparatie is het niet mogelijk om zwakke objecten waar te nemen. Daarom beperkt ik me vanavond tot een paar bekende objecten en de planeten Mars en Saturnus. Mijn camera staat op een statief en maakt opnamen richting het oosten. Van die opnamen heb ik een kort time lapse filmpje gemaakt.
Deze pagina bevat verslagen van waarnemingen in 2010.
Klik op foto's om ze te vergroten, of op de naam van de locatie voor meer informatie over de waarneemplaats, indien beschikbaar. De waarden zoals opgegeven voor transparantie, seeing en limiting magnitude zijn gemiddelden voor een avond of nacht. De maximale SQM waarde is gemeten aan het zenit en nergens voor "gecorrigeerd". Klik op het Excel icoontje om een met bestand de uitgewerkte waarnemingen te openen of op het kladblok icoon om een tekstbestand te openen. Door op het derde icoontje te klikken kan je een .obs bestand downloaden dat geïmporteerd kan worden in AstroPlanner V2. De afbeelding aan de rechterkant opent een overzicht van de posities van de waargenomen objecten.
Sessies 2010 : 9
Waarnemingen : 383